Filemon (66) voelt zich opgesloten in zijn kamer van het woonzorgcentrum vanwege corona


Waasland – Van de een op de andere dag zat hij -Filemon (66)- daar alleen op zijn kamer in het woonzorgcentrum in het Waasland.  Het coronavirus maakte van het zorgcentrum een gevangenis althans zo leek het voor hem.

,,De koekjes voor bij de koffie ontbreken. Ik heb geen tablet of werkende televisie. Dan duurt een dag en een nacht erg lang. Ja, het is een gevangenis waar je niet uit kunt. Maar ja, een gevangenis is het ook weer niet, want ik moet hier ook nog flink betalen voor mijn verblijf’’, aldus Filemon.

Het was voor hem toch al geen gemakkelijk jaar. Eerst verhuisde hij van zijn flatje in Sint-Gillis-Waas naar een woonzorgcentrum in Stekene. Maar dat centrum ging failliet. Uiteindelijk belandde hij in een ander woonzorgcentrum in een mooie kamer. Maar al snel moest hij naar een andere kamer om meer hulp te kunnen ontvangen.

Buitenmens

Filemon is eigenlijk een buitenmens. Ooit wilde hij boswachter worden. Hij kan slecht alleen zijn en nu zijn kamer zijn wereld is, knaagt dat vreselijk aan hem. De verpleging doet zijn best, maar Filemon kan ook door het gebruik van medicijnen voor zijn ziekte Parkinson wat opstandig worden.

Het maakt het verblijf er momenteel niet vrolijker op. ,,Soms wordt het me allemaal echt teveel, maar tegen wie kan ik mijn hart luchten? Gelukkig is mijn huisarts deze week op bezoek geweest en hij stelde me wat gerust. Maar ik hoor ook dat er hier doden zijn gevallen door het coronavirus en ook verplegend personeel is geveld. Onder me verblijft een verpleegster die ziek is. Vorige week maakte ik wat teveel lawaai en werd ik daarvoor op mijn vingers getikt…’’, aldus Filemon.

Hardhandig

,,Soms word ik ook hardhandig aangepakt vind ik. Ik vind dat dat niet kan, maar ja tegen wie moet ik het zeggen. Het is hier allemaal zo gesloten…,Ik heb een paar mensen die me bellen, maar dan kan een dag nog lang duren he.’’

Het maalt in mijn hoofd

,,Het grootste probleem is eigenlijk dat je geen enkel houvast meer hebt. Hoe lang gaat dit nog allemaal duren. Het maalt soms in mijn hoofd…..Maar voor het personeel is het ook bijna ondoenlijk, zonder de echte bescherming…’’

Ja, het is een hel

Verpleegster Mathilde heeft het zwaar. ,,Ik kom al een half uur eerder dan normaal naar mijn werk, maar we lopen hier allemaal op onze tippen. Gisteravond vertrok ik huilend naar huis en wilde ik eigenlijk niet meer terugkomen. Maar je laat de mensen niet in de steek, want er zijn al zoveel zieken. Dat betekent nog harder werken en nog minder aandacht voor de bewoners. Ja, het is een hel…’’, besluit Mathilde.